Jou of jouw werk? Wat is juist?
Het is "jouw werk", niet "jou werk".
"werk" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn werk" klopt, "mij werk" niet. Dus het is "jouw werk". Het lidwoord valt daarbij weg: "het werk" wordt "jouw werk".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Hoe gaat het op jouw werk?
- Jouw werk ziet er goed uit.
- Ik bewonder jouw werk.
Jou of jouw werk? Wat is juist?
Het goede antwoord is jouw werk. De vorm jou werk is fout. Hieronder lees je waarom, en hoe je het voortaan meteen goed schrijft.
Wat betekent "werk"?
Werk is een zelfstandig naamwoord. Het staat voor wat je doet voor je beroep, een taak of iets wat je hebt gemaakt. In de woordenboeksvorm staat er een lidwoord voor: het werk.
Waarom "jouw werk" en niet "jou werk"?
Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw. Dat laat zien dat iets van jou is of bij jou hoort. Het lidwoord valt dan weg: het werk wordt jouw werk.
Gebruik de mijn/mij-test om het te controleren:
- mijn werk → klinkt goed, dus je schrijft jouw werk ✓
- mij werk → klinkt fout, dus je schrijft nooit jou werk ✗
Jou gebruik je alleen als voorwerpsvorm van jij, bijvoorbeeld na een voorzetsel of als lijdend voorwerp: "Ik denk aan jou" of "Ik zie jou".
Voorbeeldzinnen met "jouw werk"
- Iedereen in de klas praat over jouw werk.
- Heb je jouw werk al ingeleverd bij de leraar?
Onthoud: staat er een zelfstandig naamwoord achter? Dan schrijf je altijd jouw, nooit jou.