Jou of jouw ouders? Wat is juist?
Het is "jouw ouders", niet "jou ouders".
"ouders" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn ouders" klopt, "mij ouders" niet. Dus het is "jouw ouders". Het lidwoord valt daarbij weg: "de ouders" wordt "jouw ouders".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Wonen jouw ouders nog in Utrecht?
- Doe jouw ouders de groeten.
- Weten jouw ouders het al?
Jou of jouw ouders?
Het goede antwoord is jouw ouders. De vorm jou ouders is fout. Hieronder lees je waarom, zodat je het nooit meer vergeet.
Wat betekent "ouders"?
Ouders zijn de vader en moeder van een kind. Het woord ouders is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord de: de ouders.
Waarom schrijf je "jouw ouders"?
Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw. Dat laat zien dat iets van jou is of bij jou hoort. Het lidwoord de valt daarbij weg: de ouders wordt dus jouw ouders.
Twijfel je? Gebruik dan de mijn-test: vervang jouw door mijn. Klopt de zin dan? Dan schrijf je jouw.
- mijn ouders ✔ → dus jouw ouders ✔
- mij ouders ✗ → dus jou ouders ✗
Voorbeeldzinnen
- Komen jouw ouders ook naar het schoolfeest?
- Hoe oud zijn jouw ouders eigenlijk?
Wanneer gebruik je dan "jou"?
Je schrijft jou als het geen zelfstandig naamwoord volgt, maar als jou zelf het voorwerp is in de zin, of na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: Ik bel jou later of Dit pakketje is voor jou. Vóór ouders past die vorm niet.