Van jou of van jouw? Wat is juist?
Het is "van jou", niet "van jouw".
"Van jou" zeg je als iets van de ander is en er geen zelfstandig naamwoord volgt: "Is deze jas van jou?" Test: "van mij" klopt, dus "van jou". Komt er een zelfstandig naamwoord achter, dan schrijf je "jouw": "van jouw moeder" (vergelijk "van mijn moeder").
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Is deze fiets van jou?
- Dat boek is van jou, toch?
- Ik hoorde het van jouw zus.
Van jou of van jouw?
Het juiste antwoord is van jou. De vorm van jouw is fout, tenzij er een zelfstandig naamwoord achteraan komt.
Waarom "van jou"?
Na een voorzetsel zoals van gebruik je altijd jou, niet jouw. Jou is de voorwerpsvorm van jij. Een makkelijke test: vervang jou door mij. Klinkt de zin dan goed? Dan schrijf je jou. "Is deze jas van mij?" klinkt prima, dus schrijf je: "Is deze jas van jou?"
Jouw gebruik je alleen als er een zelfstandig naamwoord op volgt, zoals in "van jouw moeder" of "van jouw telefoon". Vergelijk dat met "van mijn moeder": past mijn, dan schrijf je jouw.
Wanneer kom je "van jou" tegen?
Deze uitdrukking zie je veel in appjes, kaartjes en informele berichten, bijvoorbeeld als iemand iets teruggeeft of een compliment maakt.
- Ligt deze jas in de gang van jou?
- Dat idee was toch van jou?
Samengevat
- Van jou → geen zelfstandig naamwoord erna: Is dit van jou?
- Van jouw → wél een zelfstandig naamwoord erna: Van jouw broer hoorde ik het.
Ook gevraagd
Is deze van jou of jouw?
Het is "van jou", niet "van jouw".
Is dit van jou of jouw?
Het is "van jou", niet "van jouw".
Dat is van jou of jouw?
Het is "van jou", niet "van jouw".