Jou of jouw weekend? Wat is juist?
Het is "jouw weekend", niet "jou weekend".
"weekend" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn weekend" klopt, "mij weekend" niet. Dus het is "jouw weekend". Het lidwoord valt daarbij weg: "het weekend" wordt "jouw weekend".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Hoe was jouw weekend?
- Heb je genoten van jouw weekend?
- Ik hoop dat jouw weekend fijn was.
Jou of jouw weekend? Wat is juist?
Het goede antwoord is jouw weekend. De vorm jou weekend is fout. Hieronder lees je waarom, en hoe je het voortaan meteen goed schrijft.
Wat is een weekend?
Een weekend is de vrije periode aan het einde van de week, meestal zaterdag en zondag. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord het: het weekend.
Waarom schrijf je jouw weekend?
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets van jou is of bij jou hoort. Vóór jouw valt het lidwoord weg:
- het weekend → jouw weekend
Twijfel je? Vervang jouw door mijn. Klinkt dat goed? Dan schrijf je jouw. Vervang je het door mij en dat klinkt goed? Dan schrijf je jou. Mijn weekend klopt, mij weekend niet. Dus: jouw weekend.
Jou gebruik je als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel: Ik denk aan jou. Vóór een zelfstandig naamwoord als weekend klopt jou nooit.
Voorbeeldzinnen
- Vertel eens, hoe zag jouw weekend eruit?
- Ik ben benieuwd wat jij hebt gedaan in jouw weekend.
Onthoud: staat er een zelfstandig naamwoord achter? Gebruik dan altijd jouw, nooit jou.
Ook gevraagd
Hoe was jou of jouw weekend?
Het is "jouw weekend", niet "jou weekend".