Jou of jouw dag? Wat is juist?
Het is "jouw dag", niet "jou dag".
"dag" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn dag" klopt, "mij dag" niet. Dus het is "jouw dag". Het lidwoord valt daarbij weg: "de dag" wordt "jouw dag".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Hoe was jouw dag?
- Geniet van jouw dag!
- Vandaag is het jouw dag: gefeliciteerd!
Jou of jouw dag? Wat is juist?
Het antwoord is duidelijk: je schrijft altijd jouw dag. De vorm jou dag is fout.
Wat betekent "dag"?
Een dag is een periode van vierentwintig uur. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord de: de dag. Zodra je aangeeft dat het om jóúw dag gaat, valt het lidwoord weg: de dag wordt jouw dag.
Waarom "jouw" en niet "jou"?
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets van jou is of bij jou hoort. Een handige test: vervang jouw door mijn. Klopt de zin? Dan schrijf je jouw.
- mijn dag ✔ → dus: jouw dag ✔
- mij dag ✗ → dus: jou dag ✗
Jou gebruik je alleen als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel: Dit is voor jou. Vóór een zelfstandig naamwoord zoals dag klopt dat niet.
Voorbeeldzinnen
- Ik hoop dat jouw dag voorspoedig begint.
- Vertel me alles over jouw dag op school.
Twijfel je een volgende keer? Doe de mijn-test en je weet het meteen: het is en blijft jouw dag.
Ook gevraagd
Hoe was jou of jouw dag?
Het is "jouw dag", niet "jou dag".
Hoe is jouw dag of jou dag?
Het is "jouw dag", niet "jou dag".
Geniet van jou of jouw dag?
Het is "jouw dag", niet "jou dag".