Oefening

Jou of jouw? Test jezelf

Kies bij elke zin jou of jouw. Je ziet meteen of het goed is, met de uitleg erbij. Elke ronde telt 10 zinnen.

Antwoorden

Klik op een zin om het antwoord te zien. Waarom het zo is, lees je op de pagina bij die zin.

Wat was het leukste moment van (jou/jouw) dag?

Wat was het leukste moment van jouw dag?
Uitleg: Jou of jouw dag?

Ik heb een kaartje voor (jou/jouw) gekocht.

Ik heb een kaartje voor jou gekocht.
Uitleg: Voor jou of jouw?

Wat wil je hebben voor (jou/jouw) verjaardag?

Wat wil je hebben voor jouw verjaardag?
"Verjaardag" is een zelfstandig naamwoord (test: voor mijn verjaardag).

Hé, hoe gaat het eigenlijk met (jou/jouw)?

Hé, hoe gaat het eigenlijk met jou?
Na "met" staat geen zelfstandig naamwoord (test: met mij).

Hoe spel je (jou/jouw) naam?

Hoe spel je jouw naam?
"Naam" is een zelfstandig naamwoord (test: mijn naam).

Is die paraplu in de gang van (jou/jouw)?

Is die paraplu in de gang van jou?
Uitleg: Van jou of van jouw?

Ik ben benieuwd naar (jou/jouw) mening over het plan.

Ik ben benieuwd naar jouw mening over het plan.
"Mening" is een zelfstandig naamwoord (test: mijn mening).

Mag ik vannacht bij (jou/jouw) blijven slapen?

Mag ik vannacht bij jou blijven slapen?
Na "bij" staat geen zelfstandig naamwoord (test: bij mij).

Zonder (jou/jouw) hulp was het nooit gelukt.

Zonder jouw hulp was het nooit gelukt.
"Hulp" is een zelfstandig naamwoord (test: mijn hulp).

Zijn er bij (jou/jouw) thuis ook huisdieren?

Zijn er bij jou thuis ook huisdieren?
"Thuis" is hier geen zelfstandig naamwoord (test: bij mij thuis).

Die fout was helemaal niet (jou/jouw) schuld.

Die fout was helemaal niet jouw schuld.
"Schuld" is een zelfstandig naamwoord (test: mijn schuld).

(Jou/jouw) kennende heb je alles al ingepakt.

Jou kennende heb je alles al ingepakt.
"Kennende" is een werkwoordsvorm, geen zelfstandig naamwoord (test: mij kennende).

Voor (jou/jouw) doen is dit een erg korte mail.

Voor jouw doen is dit een erg korte mail.
In "voor jouw doen" is "doen" een zelfstandig naamwoord (test: voor mijn doen).

Wat (jou/jouw) betreft kunnen we morgen beginnen.

Wat jou betreft kunnen we morgen beginnen.
"Betreft" is een werkwoord (test: wat mij betreft).

In (jou/jouw) geval zou ik eerst even bellen.

In jouw geval zou ik eerst even bellen.
"Geval" is een zelfstandig naamwoord (test: in mijn geval).

Wij wensen (jou/jouw) veel succes met de verhuizing.

Wij wensen jou veel succes met de verhuizing.
"Jou" is hier het meewerkend voorwerp (test: wij wensen mij succes).