Met jou of met jouw? Wat is juist?
Het is "met jou", niet "met jouw".
Na "met" schrijf je "jou" als er geen zelfstandig naamwoord volgt: "Ik ga met jou mee." Test: "met mij" klopt, dus "met jou". Staat er een zelfstandig naamwoord achter, dan wordt het "jouw": "met jouw auto" (vergelijk "met mijn auto").
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Ik wil even met jou praten.
- Mag ik morgen met jou meerijden?
- Mogen we met jouw auto gaan?
Met jou of met jouw?
De juiste schrijfwijze is met jou. schrijf je met jouw, dan is dat fout. Maar hoe weet je dat? Dat leg je je hieronder uit.
Waarom is het "met jou"?
Met is een voorzetsel. Na een voorzetsel gebruik je de voorwerpsvorm van jij, en die is jou. Een makkelijke test: vervang jou door mij. Zegt dat goed? Dan klopt jou. Met mij klinkt prima, dus schrijf je ook met jou.
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord. Dat gebruik je alleen als er een zelfstandig naamwoord op volgt, zoals in met jouw fiets. Staat er geen zelfstandig naamwoord achter, dan is jouw altijd fout.
Wanneer gebruik je "met jou"?
Deze combinatie komt heel vaak voor, bijvoorbeeld in een appje aan een vriend, in overleg met een collega of in een kaartje voor iemand die je dierbaar is. Of het nu gaat om contact opnemen, een afspraak maken of iets delen: als er geen zelfstandig naamwoord volgt, schrijf je altijd met jou.
Voorbeeldzinnen
- Ik ben blij dat ik dit met jou kan vieren.
- Fijn om straks even in overleg te gaan met jou.
Onthoud: geen zelfstandig naamwoord erna? Dan is het altijd met jou.
Ook gevraagd
Contact opnemen met jou of jouw?
Het is "met jou", niet "met jouw".
In overleg met jou of jouw?
Het is "met jou", niet "met jouw".