Naar jou of naar jouw? Wat is juist?
Het is "naar jou", niet "naar jouw".
"Naar jou" gebruik je als er geen zelfstandig naamwoord volgt: "Ik stuur het naar jou." Test: "naar mij" klopt, dus "naar jou". Volgt er een zelfstandig naamwoord, dan is het "jouw": "naar jouw adres" (vergelijk "naar mijn adres").
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Ik kom morgen naar jou toe.
- Ik heb de foto's naar jou gemaild.
- Het pakket gaat naar jouw adres.
Naar jou of naar jouw?
Het juiste antwoord is naar jou. De vorm naar jouw is fout, tenzij er een zelfstandig naamwoord achter staat, zoals in naar jouw adres.
Waarom "naar jou"?
Na een voorzetsel zoals naar gebruik je altijd de voorwerpsvorm van jij, en dat is jou. Er volgt geen zelfstandig naamwoord, dus jouw klopt hier niet. Jouw is namelijk een bezittelijk voornaamwoord: het hoort bij een zelfstandig naamwoord en betekent dat iets van jou is.
Twijfel je? Gebruik dan de mij/mijn-test:
- Kun je mij invullen? Dan schrijf je jou. → naar mij ✓ → naar jou
- Kun je mijn invullen? Dan schrijf je jouw. → naar mijn adres ✓ → naar jouw adres
Wanneer schrijf je "naar jou"?
Deze combinatie gebruik je vaak in persoonlijke berichten, zoals een appje of een kaartje. Je schrijft naar jou als er geen zelfstandig naamwoord volgt.
- Ik denk vandaag aan jou.
- Het cadeautje is speciaal voor jou.
Schrijf je wél een zelfstandig naamwoord erna, dan verandert het: naar jouw huis is dan de juiste keuze.
Ook gevraagd
Ik kom naar jou of jouw?
Het is "naar jou", niet "naar jouw".