Jou of jouw + zelfstandig naamwoord

Jou of jouw huis? Wat is juist?

jouw huis
jou huis (fout)

Het is "jouw huis", niet "jou huis".

"huis" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn huis" klopt, "mij huis" niet. Dus het is "jouw huis". Het lidwoord valt daarbij weg: "het huis" wordt "jouw huis".

Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het

Voorbeeldzinnen

  • Wanneer is jouw huis klaar?
  • Ik kom vanavond naar jouw huis.
  • Jouw huis ligt dicht bij het station.

Jou of jouw huis? Wat is juist?

Het juiste antwoord is jouw huis. De schrijfwijze jou huis is fout.

Wat betekent "huis"?

Een huis is het gebouw waar je woont of verblijft. Het woord huis is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord het: het huis. Zodra je aangeeft dat iets van jou is, valt dat lidwoord weg en schrijf je jouw huis.

Waarom "jouw" en niet "jou"?

Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw. Dat laat zien dat iets van jou is of bij jou hoort. Je herkent dit met een eenvoudige test: vervang jouw door mijn. Klopt de zin dan nog? Dan schrijf je jouw.

  • Mijn huis klopt ✓ → dus ook jouw huis ✓
  • Mij huis klopt niet ✗ → dus ook jou huis niet ✗

Jou gebruik je alleen als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel: Ik rijd met jou mee. Vóór een zelfstandig naamwoord als huis komt jou nooit voor.

Voorbeeldzinnen

  • Ze heeft nog nooit jouw huis van binnen gezien.
  • Is jouw huis groter dan dat van je buren?

Twijfel je een volgende keer? Doe de mijn-test en je weet het zeker: het is altijd jouw huis.

Oefen jou of jouw