Jou kennende of jouw kennende? Wat is juist?
Het is "jou kennende", niet "jouw kennende".
Het is "jou kennende". "Kennende" is een vorm van het werkwoord "kennen" en "jou" is het lijdend voorwerp: ik ken jou. "Kennende" is geen zelfstandig naamwoord, dus "jouw" kan niet. Test: "mij kennende" klopt, "mijn kennende" niet.
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Jou kennende ben je weer als eerste klaar.
- Jou kennende heb je al een cadeau gekocht.
- Ik ken jou, dus ik wist dat je zou komen.
Jou kennende of jouw kennende?
Het juiste antwoord is jou kennende. De vorm "jouw kennende" is fout.
Waarom "jou" en niet "jouw"?
Kennende is een vorm van het werkwoord kennen. Na een werkwoord gebruik je nooit jouw, maar altijd jou. Vergelijk het met de gewone zin: ik ken jou. Hier is jou het lijdend voorwerp. Datzelfde geldt in "jou kennende".
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord en hoort alleen voor een zelfstandig naamwoord, zoals in jouw fiets of jouw idee. Omdat kennende geen zelfstandig naamwoord is, past jouw hier niet.
Handige test
Twijfel je? Vervang jou door mij en jouw door mijn. Je zegt wel mij kennende, maar nooit mijn kennende. Dus is het ook jou kennende.
Wanneer gebruik je "jou kennende"?
Deze uitdrukking gebruik je als je iemand goed kent en op basis daarvan iets verwacht. Je ziet hem vaak in een appje, een kaartje of een informele mail.
- Jou kennende heb je dit al drie keer gecontroleerd voordat je het instuurde.
- Jou kennende wil je morgen alles anders aanpakken, maar geef jezelf even de tijd.
Onthoud: het is altijd jou kennende, nooit jouw kennende.
Ook gevraagd
Ik ken jou of jouw?
Het is "jou kennende", niet "jouw kennende".