Lukt het jou of jouw? Wat is juist?
Het is "Lukt het jou?", niet "Lukt het jouw?"
Het is "Lukt het jou?". "Jou" is hier het meewerkend voorwerp van het werkwoord "lukken": het lukt jou. Er volgt geen zelfstandig naamwoord, dus "jouw" is fout. Test: "Lukt het mij?" klopt, "Lukt het mijn?" niet. Gaat het om iets van de ander, dan wordt het "jouw": "Lukt het met jouw huiswerk?"
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Lukt het jou om morgen te komen?
- Het is jou toch gelukt!
- Lukt het met jouw huiswerk?
Lukt het jou of jouw?
Het juiste antwoord is: lukt het jou. De vorm jouw is hier fout.
Waarom is het "jou"?
In de zin "Lukt het jou?" is jou het meewerkend voorwerp van het werkwoord lukken. Er volgt geen zelfstandig naamwoord na jou, dus je hebt hier geen bezittelijk voornaamwoord nodig. Gebruik de mij-test om het te checken: vervang jou door mij. "Lukt het mij?" klinkt goed. "Lukt het mijn?" klinkt fout. Past mij? Dan schrijf je jou.
Wanneer gebruik je "jouw"?
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord en staat altijd vóór een zelfstandig naamwoord. Gaat het om iets dat van de ander is, dan schrijf je jouw. Vergelijk:
- Lukt het jou? – geen zelfstandig naamwoord, dus jou
- Lukt het met jouw schema? – vóór het zelfstandig naamwoord schema, dus jouw
Voorbeeldzinnen met "jou"
In een appje of een kaartje zie je deze vorm vaak, bijvoorbeeld als iemand vraagt of iets uitkomt of gelukt is:
- Lukt het jou om vrijdag te helpen?
- Ik hoop dat het jou ook snel lukt!
Twijfel je een volgende keer? Doe de mij-test en je weet direct welke vorm juist is.