Jou of jouw akkoord? Wat is juist?
Het is "jouw akkoord", niet "jou akkoord".
"akkoord" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn akkoord" klopt, "mij akkoord" niet. Dus het is "jouw akkoord". Het lidwoord valt daarbij weg: "het akkoord" wordt "jouw akkoord".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- We wachten op jouw akkoord.
- Met jouw akkoord gaan we verder.
- Ik heb jouw akkoord nodig.
Jou of jouw akkoord?
Een akkoord is een bevestiging of goedkeuring van iemand. Je zegt het wanneer iets geregeld of afgesproken is. Het juiste antwoord is duidelijk: je schrijft altijd jouw akkoord. De vorm jou akkoord is fout.
Waarom jouw en niet jou?
Akkoord is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord het. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw, niet jou. Het lidwoord valt daarbij weg: het akkoord wordt jouw akkoord.
Twijfel je? Gebruik dan de mijn-test: vervang jouw door mijn en jou door mij.
- mijn akkoord → klinkt goed ✓
- mij akkoord → klinkt fout ✗
Omdat mijn akkoord klopt, schrijf je jouw akkoord.
Voorbeeldzinnen
- Stuur jouw akkoord vóór vrijdag op, dan starten we volgende week.
- Zonder jouw akkoord kan de opdracht niet beginnen.
Samenvatting
Jouw akkoord is juist. Jou akkoord is fout. Gebruik jouw vóór een zelfstandig naamwoord, en gebruik jou alleen als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel zoals zonder jou.