Jou of jouw agenda? Wat is juist?
Het is "jouw agenda", niet "jou agenda".
"agenda" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn agenda" klopt, "mij agenda" niet. Dus het is "jouw agenda". Het lidwoord valt daarbij weg: "de agenda" wordt "jouw agenda".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Staat het al in jouw agenda?
- Kijk even in jouw agenda.
- Is jouw agenda vrijdag nog vrij?
Jou of jouw agenda? Het juiste antwoord
Het goede antwoord is jouw agenda. De vorm jou agenda is fout.
Wat is een agenda?
Een agenda is een boekje of app waarin je afspraken en taken bijhoudt.
Waarom is het "jouw agenda"?
Het woord agenda is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord de. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw, niet jou. Het lidwoord valt daarbij weg: de agenda wordt jouw agenda.
Gebruik de mijn-test om het te controleren: kun je mijn invullen? Dan schrijf je jouw.
- Mijn agenda klopt ✓ → dus: jouw agenda ✓
- Mij agenda klopt niet ✗ → dus: jou agenda ✗
Voorbeeldzinnen
- Heb je jouw agenda al bijgewerkt voor volgende week?
- Vergeet niet om de afspraak in jouw agenda te zetten.
Wanneer gebruik je dan "jou"?
Jou gebruik je als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel of als lijdend voorwerp. Gebruik de mij-test: past mij? Dan schrijf je jou. Bijvoorbeeld: Ik bel jou morgen → Ik bel mij morgen past qua vorm, dus jou is hier juist.
Onthoud: vóór een zelfstandig naamwoord zoals agenda schrijf je altijd jouw.