Jou of jouw plannen? Wat is juist?
Allebei kan, afhankelijk van de zin: "jouw plannen" en "met jou plannen".
"Plannen" kan een zelfstandig naamwoord (meervoud van "plan") of een werkwoord zijn. Bij het zelfstandig naamwoord schrijf je "jouw": "Wat zijn jouw plannen?" Test: "mijn plannen" klopt. Bij het werkwoord hoort "jou" bij het voorzetsel: "Ik wil iets met jou plannen." Test: "met mij plannen" klopt.
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Wat zijn jouw plannen voor het weekend?
- Ik wil een etentje met jou plannen.
- Vertel eens over jouw plannen.
Jou of jouw plannen?
Het woord plannen kan twee dingen betekenen: het is het meervoud van plan (dingen die je wilt gaan doen), maar het is ook een werkwoord (iets organiseren of inplannen). Welk woord je kiest, hangt af van hoe je het woord gebruikt.
Jouw plannen – met een zelfstandig naamwoord
Gebruik jouw als plannen een zelfstandig naamwoord is. Je herkent dit aan het lidwoord: je zegt de plannen, maar voor jouw valt dat lidwoord weg: jouw plannen. Een handige test is om jouw te vervangen door mijn. Klopt de zin dan nog? Dan schrijf je jouw.
- Hij is benieuwd naar jouw plannen voor de zomer. → mijn plannen ✓
- Zijn jouw plannen al definitief? → mijn plannen ✓
Met jou plannen – met een werkwoord
Gebruik jou als plannen een werkwoord is. Na een voorzetsel zoals met schrijf je altijd jou. Vervang jou door mij om dit te controleren.
- Ik wil de vergadering met jou plannen. → met mij ✓
Kort samengevat
Schrijf jouw plannen als je bedoelt: de plannen die van jou zijn. Schrijf met jou plannen als je bedoelt: samen iets organiseren. De mijn-test helpt je elke keer snel het juiste antwoord te vinden.
Ook gevraagd
Wat zijn jou of jouw plannen?
Allebei kan, afhankelijk van de zin: "jouw plannen" en "met jou plannen".