Jou of jouw + zelfstandig naamwoord

Jou of jouw juf? Wat is juist?

jouw juf
jou juf (fout)

Het is "jouw juf", niet "jou juf".

"juf" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn juf" klopt, "mij juf" niet. Dus het is "jouw juf". Het lidwoord valt daarbij weg: "de juf" wordt "jouw juf".

Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het

Voorbeeldzinnen

  • Hoe heet jouw juf?
  • Is jouw juf aardig?
  • Geef dit briefje aan jouw juf.

Jou of jouw juf? Wat is juist?

Een juf is een vrouwelijke leerkracht, meestal op de basisschool. Schrijf je jou juf of jouw juf? Het juiste antwoord is: jouw juf.

Waarom jouw en niet jou?

Het woord juf is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw, niet jou. Je zegt immers ook mijn juf, niet mij juf. Zo weet je meteen of je de goede vorm gebruikt: vervang jouw door mijn. Klopt die zin? Dan schrijf je jouw.

Let ook op het lidwoord: de juf is de gewone vorm met lidwoord, maar zodra je jouw ervoor zet, valt het lidwoord weg. Je schrijft dus jouw juf, niet jouw de juf.

Voorbeeldzinnen

  • Jouw juf heeft een mooie stem.
  • Mag jouw juf morgen ook meedoen?

Samenvatting

  • Juist: jouw juf
  • Fout: jou juf

Of je nu schrijft ik ben jouw juf of geef het aan jouw juf: het is altijd jouw vóór het zelfstandig naamwoord juf. De vorm jou gebruik je alleen na een voorzetsel of als lijdend voorwerp, zoals in ik zie jou.

Ook gevraagd

Ik ben jou of jouw juf?

Het is "jouw juf", niet "jou juf".

Twijfel je ook over "juf"?

Oefen jou of jouw