Jou of jouw beurt? Wat is juist?
Het is "jouw beurt", niet "jou beurt".
"beurt" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn beurt" klopt, "mij beurt" niet. Dus het is "jouw beurt". Het lidwoord valt daarbij weg: "de beurt" wordt "jouw beurt".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Het is jouw beurt.
- Wanneer is jouw beurt?
- Wacht even, het is nog niet jouw beurt.
Jou of jouw beurt? Wat is juist?
Het goede antwoord is jouw beurt. De vorm jou beurt is fout.
Wat betekent "beurt"?
Een beurt is het moment waarop jij aan de beurt bent om iets te doen, bijvoorbeeld in een spel of in een gesprek.
Waarom schrijf je "jouw beurt"?
Het woord beurt is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw, niet jou. Het gaat immers om iets wat van jou is of bij jou hoort.
Een handige test: vervang jouw door mijn. Klopt de zin dan nog steeds? Dan weet je dat jouw de juiste keuze is.
- Mijn beurt – klopt ✓
- Mij beurt – klopt niet ✗
Dus schrijf je jouw beurt, nooit jou beurt.
Let ook op: het lidwoord valt weg als je jouw ervoor zet. Je zegt de beurt, maar zodra je aangeeft van wie de beurt is, wordt het jouw beurt – zonder de.
Voorbeeldzinnen
- Gooi de dobbelsteen, want jouw beurt is aangebroken.
- Ik heb al gekozen, dus nu is jouw beurt om te beslissen.