Jou of jouw aanwezigheid? Wat is juist?
Het is "jouw aanwezigheid", niet "jou aanwezigheid".
"aanwezigheid" is een zelfstandig naamwoord. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk voornaamwoord "jouw": het gaat om iets wat van jou is of bij jou hoort. Test: "mijn aanwezigheid" klopt, "mij aanwezigheid" niet. Dus het is "jouw aanwezigheid". Het lidwoord valt daarbij weg: "de aanwezigheid" wordt "jouw aanwezigheid".
Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het
Voorbeeldzinnen
- Bedankt voor jouw aanwezigheid.
- Jouw aanwezigheid wordt op prijs gesteld.
- We rekenen op jouw aanwezigheid.
Jou of jouw aanwezigheid?
Het juiste antwoord is jouw aanwezigheid. De vorm jou aanwezigheid is fout. Op deze pagina lees je waarom, en hoe je het voortaan meteen goed schrijft.
Wat betekent aanwezigheid?
Aanwezigheid betekent simpelweg dat je ergens bent of dat je ergens bij bent. Het is een zelfstandig naamwoord met lidwoord de: de aanwezigheid.
Waarom jouw en niet jou?
Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je altijd het bezittelijk voornaamwoord jouw. Dat laat zien dat iets van jou is of bij jou hoort. Let op: het lidwoord valt dan weg.
- de aanwezigheid → jouw aanwezigheid
Een handige test: vervang jouw door mijn. Klopt de zin dan nog? Dan is jouw de goede keuze. Mijn aanwezigheid klopt prima, mij aanwezigheid niet. Dus schrijf je jouw aanwezigheid, nooit jou aanwezigheid.
Jou gebruik je alleen als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld na een voorzetsel: zonder jou.
Voorbeeldzinnen
- Iedereen merkte dat jouw aanwezigheid sfeer bracht in de klas.
- Jouw aanwezigheid bij de vergadering is verplicht.
Kort samengevat
- Juist: jouw aanwezigheid
- Fout: jou aanwezigheid