Jou of jouw in een zin

Aan jou of aan jouw? Wat is juist?

aan jou
aan jouw (fout)

Het is "aan jou", niet "aan jouw".

Na "aan" schrijf je "jou" als er geen zelfstandig naamwoord volgt: "Ik denk aan jou." Test: "aan mij" klopt, dus "aan jou". Met een zelfstandig naamwoord erachter wordt het "jouw": "aan jouw kant" (vergelijk "aan mijn kant").

Ezelsbruggetje: vervang jou/jouw door mij/mijn. Past "mijn", dan is het jouw. Past "mij", dan is het jou. Zo werkt het

Voorbeeldzinnen

  • Ik denk vaak aan jou.
  • De keuze is aan jou.
  • Geef dit briefje even aan jouw moeder.

Aan jou of aan jouw?

Het juiste antwoord is aan jou. De vorm aan jouw is fout, tenzij er een zelfstandig naamwoord op volgt.

Waarom "aan jou"?

Aan is een voorzetsel. Na een voorzetsel gebruik je de voorwerpsvorm jou, niet de bezitsvorm jouw. Een handige test: vervang jou door mij. Zeg je aan mij? Dan schrijf je ook aan jou. Dat klopt, dus de keuze is duidelijk.

Jouw gebruik je alleen als er een zelfstandig naamwoord achteraan komt, zoals in aan jouw kant of aan jouw adres. Vergelijk dat met aan mijn kant — dan past mijn, en dus schrijf je jouw.

Wanneer schrijf je "aan jou"?

Deze combinatie duikt vaak op in een appje, een kaartje of een mail. Denk aan een persoonlijk bericht of een vraag aan iemand.

  • Dit pakketje is speciaal voor aan jou bedoeld — het was mijn vraag aan jou om het te openen.
  • Ik laat de beslissing over aan jou, want jij kent de situatie het beste.

Onthoud

Staat er geen zelfstandig naamwoord achter? Schrijf dan altijd aan jou. Volgt er wel een zelfstandig naamwoord, zoals in aan jouw mening? Dan gebruik je jouw.

Ook gevraagd

De keuze is aan jou of jouw?

Het is "aan jou", niet "aan jouw".

Mijn vraag aan jou of jouw?

Het is "aan jou", niet "aan jouw".

Oefen jou of jouw